Gert’s kerstgedachte

Iedereen stuurt kerstboodschappen. Moet ik dat dan ook gaan doen? De een stuurt een kerstkaart, de ander een mailtje de derde maakt een boodschap wereldkundig op social media. Ik doe daar nu ook aan mee, met dit stukje.

Ik vind kerst altijd een moeilijk feest. Thuis, vroeger in de bakkerij, was kerst meer de dagen ervoor kerst, dan op 25 en 26 december. Er heerste altijd een positieve, maar ook gespannen sfeer, waarin de prestatie voorop stond. Er moest geleverd worden. De kerststollen moesten uitgeserveerd worden en de kransjes moesten heerlijk krokant smaken. Jannie van “heel holland bakt” moest een positief oordeel geven. Op kerstavond kwam de evaluatie: wie had de verkeerde bestelling, hoe kwam dat; was er genoeg van alles, was er teveel gemaakt. Elk jaar was anders. Was kerst op maandag en dinsdag, dan was het anders dan als kerst op vrijdag en zaterdag was.

Op eerste en tweede kerstdag gingen we drie keer naar de kerk. Tweede kerstdag ’s middags waren we vrij. Dan was, toen ik puberde, de kerst-inn. Ik zat na de pubertijd later ook nog eens in de organisatie. Ik moet daar de laatste weken nog weleens aan denken met al die boerenprotesten. Op de kerst-inn maakten we toen ook al gewag van bio industrie en milieu-problemen in de landbouw. Veertig jaar geleden!! Dat werd de organisatie niet in dank afgenomen, want er kwamen heel wat boerenmensen binnen.

Nu las ik dezer dagen de speech van Beatrice de Graaf op de Jan Terlouw lezing op 12 december j.l.. Zij onderzoekt de effecten van dreiging en terreur in deze tijd. En ze beschrijft de effecten op kinderen in de stad waar ze woont. Ze beschrijft dat iedereen behoefte heeft aan een “Heimat”. Niet in de zin zoals dat in de tijd van Hitler bestond, maar in de zin, dat mensen behoefte hebben aan veiligheid en geborgenheid. Die veiligheid en geborgenheid vinden wij in de straat waar we wonen, op de clubs waar we lid van zijn. Daar ervaren we solidariteit.

Een paar jaar geleden woonden een groot aantal Syriërs in de koepel gevangenis in onze stad. Een aantal kwamen spelen op mijn tafeltennisclub. Een enkel clublid verliet de club omdat hij niet met vluchtelingen wilde spelen. Het bestuur bood veiligheid en geborgenheid.

Daarom ben ik trots om voor deze club uit te komen. Dezer dagen zijn er weer 100.000 mensen onderweg naar god mag weten waar.

24 december 2019

Polderen in Nederland

Ik ben altijd weer verbaasd hoe goed we in Nederland georganiseerd zijn. Het maakt niet uit waar het over gaat: over volkstuinen, fietsen of gehandicaptenzorg: op elk gebied kent Nederland zijn maatschappelijk middenveld. Diverse verenigingen, stichtingen en organisaties vormen samen een conglomeraat dat we een maatschappelijk middenveld noemen. Polderen doen we daar. Zo ook bij de vrijwillige molenaars. Daar is een vereniging van met een verenigingsblad en afdelingen per provincie met een afdelingsmail en groepjes molenaars met ieder een eigen app groep. Die clubs hebben ook een paar keer per jaar onderling contact via een ledenvergadering of een uitje naar een naburige provincie. Afgelopen zaterdag ging de afdeling Gelderland op bezoek bij de buren in Twente. Een leuke dag met allemaal molens als onderwerp en ruimte om te polderen. De mensen rijden van molen naar molen en ondertussen wordt er heel wat afgebept. Een mooie dag was het! Zo’n dag roept dan ook weer allerlei vragen op over veiligheid, subsidie stromen en productontwikkeling.

3 oktober 2019

De eerste maand pensioen

Sinds 18 april ben ik vrij. Nu nadert het einde van mijn eerste maand dat ik trek van het Pfzw. Voorbijgevlogen met van alles en nog wat. Verhuizen, klussen, tuin, molen, een ongelukje en noem maar op. Ik heb nog een ontevreden gevoel, want de rust in mijn hoofd waar ik naar verlang is er nog niet. Ik moet nog te veel. Toen ik de heao net had gehaald, in 1979, nam ik die rust. Ik ging voor nop naar het Vilstersche Veld, een prachtig heidegebied nabij Ommen. Ik had veel meer energie. Nu deze week ben ik voor de tweede keer dit jaar verkouden. De eerste keer was ik nog aan het werk en had ik een schuldgevoel dat ik in mijn laatste maanden toch ziek was en nu heb ik de pest in omdat ik aan de gang wil.

Vanavond is het clubkampioenschap van de tafeltennis. Altijd deed ik mee. Ooit was ik kampioen van tafel 6. Ik won een beker en af en toe nog eens één. Mijn kleinzoon van zes vindt dat geweldig, terwijl het natuurlijk niets voorstelt. Hij heeft inmiddels zelf één medaille van het wintertoernooi van de voetbal. Vandaag doe ik niet mee, want ik ben grieperig. Dat duurt bij mij altijd een week. Ik ben nu op de helft. Het leert ook dat ik beter schrijf als ik de pest in heb, dan als ik optimistisch de wereld beschouw.

Eigenlijk doe ik dat ook, alles optimistisch beschouwen. Ik heb zin in de komende dagen. Het wordt mooi weer en we gaan veel in de tuin doen. Hemelvaart en Pinksteren zijn altijd mooie dagen. Met Pinksteren gaan we kamperen. Wie weet schrijf ik daar wel over. Over de Vecht tussen Ommen en Hardenberg, over hoe mooi het daar is en over de dromen die ik daar heb geformuleerd. Misschien ga ik wel op zoek naar onderstaande boom, die daar ergens staat en maak ik zelf nog zo’n foto. Heb ik in ieder geval wat gedaan…

28 mei 2019