Twintig jaar oud alweer dit boek, in 2006 uitgekomen. De achttien hoofdstukken dragen de naam van specerijen, fruit en andere ingrediënten, die – blijkt in hoofdstuk vijftien – de ingrediënten zijn voor het dessert aşure. zoals kaneel, geroosterde hazelnoten, vanille, gedroogde abrikozen en natuurlijk granaatappelpitjes.
Het boek speelt zich voor het grootste deel af in Istanbul. De heuvels, de geur van de zee, de drukte, elke wijk weer totaal anders, allemaal verschillende steden binnen één stad. Ik lees dingen als: “Lopen in Istanbul betekende in de pas lopen met de massa” en “Istanbul, een stedelijk doolhof.”
De verhouding tussen Turken en Armeniërs zit in het boek verweven. “Mijn naam is Armanoush Tchakmakchian, iedereen in mijn stamboom heeft een naam die op -ian eindigt, en ik ben het kleinkind van overlevenden van de genocide die in 1915 hun hele familie zijn kwijtgeraakt door die Turkse moordenaars, maar ikzelf ben gehersenspoeld om de genocide te ontkennen doordat ik ben opgevoed door een Turk genaamd Mustafa!”
Het wegvoeren van Armeense intellectuelen, politieke leiders, dichters, schrijvers, geestelijken.. op 24 april 1915. De start van het uitmoorden van Armeniërs door de Ottomanen. De overgrootvader van Armanoush was een van hen.
Door veel Turken lijkt een onderscheid gemaakt te worden tussen het Ottomaanse Rijk en de moderne Turkse Republiek. De nieuwe staat in Turkije was in 1923 opgericht. Verder ging de oorsprong van dit regime niet terug. Wat er voor die begindatum al dan niet gebeurd mocht zijn, betrof een ander tijdperk – een ander volk.
Over de rol van herinnering. Het lijkt erop “dat voor Armeniërs het verleden heel tragisch is geweest en ze de herinneringen daaraan levend willen houden, opdat het verleden niet wordt vergeten. En dat Turken, als ze mochten kiezen, het liefst zonder enig vermogen om zich dingen te herinneren zouden willen leven.”
Armanoush zegt ergens dat “de pijn die onze grootouders is aangedaan, minder kwellend is dan de stelselmatige ontkenning die daarop volgde.”
Welke invloed heeft dat op het leven van mensen als je deel bent van een minderheid en je familie een collectieve traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt? Blijft een vijand altijd een vijand? “Je moet jezelf altijd weer die eeuwenoude vraag stellen: zul je jouw gemeenschap in de steek laten om vrede te sluiten met de Turken en ze het verleden te laten schoonwassen, zodat we, zoals zij het noemen, allemaal voorwaarts kunnen?”
Mooi vond ik de zelftest waarmee iemand zijn eigen mate van Armeensheid kon bepalen. De test bestaat uit vijftien onderdelen, zoals:
- Als je als kind onder handgeweven dekens sliep;
- Als je een foto van Mount Ararat in je huis, je garage of je kantoor hebt hangen;
- Als je je gasten humus met nachochips en auberginedip met rijstkoekjes voorzet:
- Als samen fruit eten na elke avondmaaltijd bij jou thuis een diepgewortelde gewoonte is en als je vader nog altijd sinaasappelen voor je schilt, hoe oud je inmiddels ook bent;
- Als het geluid van een duduk je de rillingen bezorgt en je je telkens weer afvraagt hoe een fluit gemaakt van een abrikozenboom toch zo droevig kan klinken;
- Als je diep vanbinnen voelt dat er altijd meer heeft gespeeld in je verleden dan ze je ooit zullen laten horen.
Mijn aanname was dat het familiegeheim dat in het boek voorkomt te maken zou hebben met de kloof tussen Turken en Armeniërs. Dat blijkt niet zo te zijn. Het geheim is een geheim dat zich binnen de familie heeft afgespeeld. Ook dat verleden moest worden uitgewist.
Shafak werd na het uitkomen van dit boek vervolgd door de Turkse overheid, omdat een van de personages in het boek de moorden op de Armeniërs genocide noemt. De zaak werd geseponeerd, maar de schrijfster voelde zich toch zodanig bedreigd, dat ze uiteindelijk emigreerde naar het Verenigd Koninkrijk.
